10 mythes over borstkanker ontkracht.

Kan het dragen van sexy ondergoed borstkanker veroorzaken?
Of misschien verhoogt het eten van yoghurt de kans op borstkanker?
Of het gebruik van de pil?

Er zijn veel fabeltjes en verhalen over borstkanker, en de oorzaken ervan.
We zullen op deze pagina in ieder geval 10 van deze mythes ontkrachten.

Mythe 1:
Als je aan de risico factoren voldoet, zul je zeker borstkanker krijgen.
Geen enkele risicofactor zal er met zekerheid voor zorgen dat je borstkanker krijgt. Zoals het woord al zegt zijn het risicofactoren, ze verhogen dus het risico op borstkanker. Er zijn verschillend risicofactoren zoals, alcohol gebruik(meer dan 5 glazen per week), roken, nog steeds ongesteld worden na je 50e levensjaar, je eerste zwangerschap krijgen na je 30e. Als je aan een aantal van deze factoren voldoet, zal het risico op het krijgen van borstkanker toenemen. Maar in welke mate dit zal toenemen is onduidelijk. De grootste risico verhogende factoren zijn problemen met de genen die je overerft van je familie. Als er problemen zijn met de BRCA1 en BRCA2 genen( de zogenaamde borstkankergenen) in jouw familie, dan zal het risico op borstkanker toenemen. Maar zelfs van deze groep( die dus het hoogste risico lopen) zal zo’n 20 tot 60% procent nooit borstkanker krijgen.

Mythe 2:
Er is geen enkel geval van borstkanker in je familie, dus dan kan jij het ook niet krijgen.
Iedere vrouw loopt een zeker risico op borstkanker. Zelfs als je aan geen een van de bekende risico factoren voldoet. Ook mannen lopen altijd een zeker risico op borstkanker. Maar ongeveer 10 van alle borstkanker gevallen zijn duidelijk toe te wijzen aan genetische afwijkingen. Daarom is het ook zo belangrijk om je regelmatig te laten controleren.

Mythe 3:
Borstkanker kan je alleen overerven van je moeder niet van je vader.
Recent onderzoek heeft uitgewezen dat je de genetische afwijking die de kans op borstkanker verhoogd, ook van je vaders kant van de familie kan overerven. Je moet dus rekening houden met borstkankergevallen in beide kanten van je familie.

Mythe 4:
Je hoeft je geen zorgen te maken om borstkanker tot na je menopauze
De kans op borstkanker neemt inderdaad toe naarmate je ouder wordt, maar borstkanker kan op alle leeftijden ontstaan.

Normaalgesproken wordt aangeraden te beginnen met mammogrammen vanaf je 40e, maar als je in een risico groep valt, is het dus zeker aan te bevelen om hier al eerder mee te beginnen.

Mammografie is overigens niet de meest ideale methode om te controleren op borstkanker bij jonge vrouwen. Dit omdat deze methode last heeft van de dichtheid van het borstweefsel bij jonge vrouwen. Soms is het daarom aan te raden een test uit te voeren met behulp van een MRI.

Mythe 5:
Het dragen van een bh, of het gebruik van deodorant, verhoogt de kans op borstkanker.
Dit zijn van die internet verhalen die al tijden de ronde doen. Het is onzin dat het dragen van een bh de bloedsomloop in je borsten bemoeilijkt. Er is ook geen wetenschappelijk bewijs dat het gebruik van een deodorant het risico op borstkanker zou verhogen. Het verhaal dat het gebruik van deodorant of een anti transpirant het “uitzweten van kankerverhogende vloeistoffen” zou bemoeilijken, of dat er schadelijke chemicaliën in deze producten zitten is dan ook onzin.

Mythe 6:
Als je kleinere borsten hebt, is de kans op borstkanker veel kleiner
De grootte van je borsten maakt niks uit. Iedere vrouw met borsten kan het krijgen.

Mythe 7:
Hormonale therapie kan borstkanker veroorzaken
Veel vrouwen waren bezorgd, toen bekend werd dan een hormonale therapie met oestrogeen en progestativum het risico op borstkanker kan verhogen. Een andere studie over het gebruik van hormonale therapie bevestigde dit verhoogde risico, echter kwam er in dit onderzoek ook een ander belangrijk feit aan het licht. Namelijk, dat dit verhoogde risico weer verdwenen is zo’n 6 maanden na de therapie. Het lijkt erop dat dit geldt voor vrouwen die maar een paar maanden hormonale therapie gehad hebben, maar ook voor vrouwen die jarenlang hormonale therapie gehad hebben.

Nota bene: Geen enkele studie heeft een verhoogd risico bewezen bij een hormonale therapie met alleen oestrogeen.

Mythe 8:
Het eten van vet voedsel en zuivel verhoogd de kans op borstkanker
Een aantal studies hebben uitgewezen dat in landen waar een relatief laag percentage vet gegeten wordt, minder borstkanker voorkomt. Maar het merendeel van studies die gedaan zijn in landen waar relatief meer vet gegeten wordt, hebben aangetoond dat er geen overeenkomst bestaat tussen de hoeveelheid vet die gegeten wordt, en het risico op borstkanker.

Waarom is het risico op borstkanker dan toch lager in landen waar minder vet gegeten wordt? De oorzaak daarvan moet gezocht worden in het feit dat vrouwen uit die landen meer bewegen, minder eten, minder overgewicht hebben en minder roken. Het is duidelijk dat overgewicht na de menopauze het risico op verschillende vormen van kanker verhoogd. Een gezond gewicht is dus altijd belangrijk!

Over zuivel zijn de meningen verdeeld. Maar een grote studie van Harvard onder 120.000 vrouwen heeft uitgewezen dat vrouwen(die al in de overgang geweest zijn) baat hebben bij een dieet met veel zuivel, vooral zuivel met een laag percentage vet. Deze zuivel producten verlagen zelfs het risico bij deze vrouwen. Dezelfde studie vond geen overeenkomst tussen het eten van zuivel en een verhoogd risico op borstkanker.

Mythe 9:
Mammografie kan borstkanker voorkomen
Een onderzoek uit 2003 gaf aan dat 30% van de vrouwen dacht dat mammografie borstkanker kan voorkomen. Dit is niet waar, mammografie zorgt er voor dat borstkanker in een vroeg stadium ontdekt kan worden, en de kans op genezing is groter als zo vroeg mogelijk met de behandeling begonnen wordt.

Mythe 10:
Mammografie is waardeloos, en helpt niks tegen borstkanker
2 Deense onderzoeken wekten de suggestie dat regelmatige mammografie het risico op het overlijden aan borstkanker niet verlaagde. Deze onderzoeken zijn later tegengesproken door een scala aan andere onderzoeken die weldegelijk aangaven dat mammografie de kans op vroegtijdige ontdekking van de kanker verhoogde, en dat er door vroegtijdige ontdekking meer kans is op een succesvolle behandeling tegen de kanker.